Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewoonte, en dus ook in zóóverre, doet men het van harte. Maar als morgen die omgeving bijv. christen werd, zou men zonder eenige ontroering of aandoening des gernoeds meê overgaan, tenzij overwegingen van socialen of politieken aard eenige bedenkingen in het gemoed konden te voorschijn roepen, en zou men gaarne al die mohammedaansche gewoonten er aan geven, mits, (en daar komt het nog al op aan), mits men maar zijne oude, eigen huisgoden er bij mocht aanhouden. Immers denkt en handelt men daar meer in oud-javaansch-hindoeschen geest, en zijn er onder hen, die de ugelmoe-goenoengan, of anders gezegd de ngelmoe-pasèq, er op nahouden, die in de gezinnen dezer klasse alleen en uitsluitend te zoeken is. Ook voor de leden dezer gezinnen is bijv. de garëbëg-sawal zoo goed een feestdag als voor de Bongsó-poetihan; maar met dit belangrijk onderscheid, dat de laatste dien dag als een godsdienstigen, een' heiligen dag beschouwt, terwijl de Bongsö-abangan hem als een feest- of rustdag, waarop men vrij van heere- en cultuurdiensten is, beschouwt; een feestdag om, liefst getooid in nieuwe kleedereu, doch als het niet anders kan, wat voor duizenden desabewoners het geval is, in de gewone plunje, bezoeken bij familie en goede kennissen te hrengeu, en tegelijk zeer alledaagsche zaakjes te behandelen en in orde te brengen; en voorts voor de liefhebbers, en daar zijn hartstochtelijke liefhebbers, voor wie de geheele feestelijkheid van dezen dag schijnt te bestaan, als eene gelegenheid om in de hoofdplaats eenige tijgers te helpen afmaken. En de vrouwen met hare kinderen, zoo zij niet al te verre weg wonen, schijnen nog hartstochtelijker dan de mannen op zulk een bezoek aan de groote stad gesteld te zijn; waarschijnlijk ook, evenals eertijds Jakob's dochter Dina naar Sichem verlangde, »om de dochteren van de stad te bezien".

Sluiten