Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor het kind slechts de eenige zorg kennen, dat het niet van honger sterve. Deze en alle andere gezinnen, die zich in dergelijke richting bewegen, zijn volstrekt godsdienstloos naar het schijnt; van zedelijkheid is daar nooit sprake. De kinderen komen ter wereld, vegeteeren, en hebben zij er kracht toe, dan moeten zij terstond meewerken om te voorzien in de dagelijksche behoeften. Het kind dezer gezinnen zal vroeg zijn' eigen weg gaan, en het toeval zal zijne toekomst bepalen; al zal hij het zedelijk merk zijner afkomst ook nooit verliezen, in al de gevallen, dat er toch nog eens een gewoon desa-man van hem wordt.

Al het bovengezegde zouden wij door vele voorbeelden kunnen toelichten, doch dan zouden wij, zoo wij slechts een weinig volledig wilden zijn, niet eene verhandeling, maar een zeer dik boek moeten schrijven. Toch zou de slotsom geen andere kunnen worden, dan deze, dat, ook bij de besten, in het algemeen, in het gezin en dus ook bij de opvoeding, een alles doordringende, innig godsdienstige geest ontbreekt, die zich in heilige, reine liefde openbaart, en toon aan het geheele leven geeft; die de zoogenaamde beschavingsvormen veredelt, en het drukkende eener veel te algemeene armoede, met hare gèvolgen van gebrekkige woning, voeding en kleeding, en alles wat het leven zou kunnen veraangenamen en den mensch en het kind onschuldig en aangenaam in vrije uren zou kunnen bezig houden, te verzachten en te verlichten. En in deze slotsom is tegelijk de richting aangewezen, in welke Regeering en Christelijke zending, ieder naar eigen roeping en plicht, behooren werkzaam te zijn, willen zij het waarachtig welzijn der inlandsche bevolking bevorderen.

Kediri , December 1886. c. poensen.

Sluiten