Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DAGBOEKEN, VERSLAGEN EN BRIEVEN UIT DE ZENDING.

Verslag aangaande den werkkring Mödjö-waruö over het jaar 1886.

Dat »alle evangelie-verkondigers hetzelfde doel voor oogen moeten hebben, doch, wegens het groote verschil van volkstoestanden, volkomen vrij behooren te zijn in de middelen, die zij aanwenden", wordt terecht opgemerkt in eene aanteekening, toegevoegd aan het artikel ,/de zendingarbeid van vijf en vijftig jaren op de Samoa-eilanden", voorkomende in het 30 8te deel der »Mededeelingen."

Het was ook mijne ervaring gedurende de ruim 26 jaren, die ik als zendeling werkzaam zijn mocht.

Zelfs in hetzelfde land, onder één en hetzelfde volk verschilt vaak de toestand van den éénen werkkring van dien des anderen.

Men leze slechts de verslagen der drie aan elkander grenzende, allen tot Oost-Java behoorende werkkringen, in het derde stuk van het 30 9te deel der «Mededeelingen", blz. 211-288, opgenomen, en ik twijfel niet, of men zal ontwaren, hoe ook daar bij veel overeenkomst niet weinig verschil valt op te merken.

Bij Br. poensen zijn de gemeenten in wording, en dit zijn voor hem opwekkingen van het hoogste belang. Mogen die tot overgangen leiden, zoo is de vreugd niet gering. De waarde van deze wordt nauwkeurig gewogen, en terecht niet licht bevonden.

Br. kreemeb . getuigt: »het is hier minder moeielijk vooralsnog in de breedte te werken, dan wel in de diepte. Het gehalte laat nog zooveel te wenschen over."

Sluiten