Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

z/Nu kwam de vraag naar zijn' leeftocht aan de beurt. Die was maar sober.

»Na aldus blijk gegeven te hebbeu, van mijne belangstelling in de dingen van welke ik wist, dat zij hem ter harte moesten gaan, schoof ik mijn' stoel naderbij, en zeide : z/ffMaar Paq Soeratti, gesteld nu eens, dat gij volkomen gezond waart en aan niets, eten, drinken, kleêren noch woning, gebrek had, zoudt gij dan tevreden zijn? Zou er dan niets meer te wenschen of te begeeren bij u overblijven ?""

//Arme man! hij wist maar één antwoord, ////Dat hij slechts arm was.""

«Nog ééne vraag deed ik, waarom hij ter kerke kwam? en zijn antwoord luidde letterlijk: »»Ik ben al oud, en als ik opgeroepen wordt!"" Gemakkelijk had ik door kunnen vragen, doch ik achtte dit niet goed. Liever droeg ik hem op aan zijn' vriend Kjai Bandjar en den voorganger, en allermeest aan Hem, wiens ontferming over de kleinsten en geringsten het grootst is.

//Kjai Bandjar deelde mij nog mede van zijne pogingen tot evangelisatie onder de santri's, die bijna geheel de desa vervullen, waarin hij woont. Ongenegen is men hem niet; doch het nakomen der sidëkah-angroewah'akën (1) en op zijn tijd wierook branden, achten zij voldoende tot zaligheid, en bovendien willen zij van Jezus noch het Evangelie hooren, daar het uitgemaakt is, dat Jezus door Mohammed vervangen, het boek der Hollanders vervalscht is, en men niet aanraken mag, wat van een' onreinen komt.

»De Zondag en Maandag-middag waren verder aan ziekenbezoek, en de Maandag en Dinsdag-morgen aan het onderzoek van de school gewijd.

(1) Het brengen van ieder vrijwillig offer aan de voorouder», wanneer ook, waar daartoe gelofte gedaan is, of eenige andere aanleiding bestaat. (Zie Mededeelingen D. X, bladz. 28).

Sluiten