Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

z/25 Juli. Weder ging ik naar Poelé. Ook nu was er een mohammedaan uit de desa Ngoeloeqqan, een neef van Pak Sarmi" (den nieuweling van Gantang, zie boven.) »Ik sprak met hem over de liefde Gods. Hij was wel genegen, maar wil het in zijn hart overwegen; want hij heeft nog nooit van deze leer gehoord.

wlO Augustus. Heden bezocht ik de desa Kalisantri. Mertó prees mijne woorden, doch kon ze niet betrachten.

//15 October. Ik ging naar Krampoh, het huis van Wagiman."

Van dezen Wagiman deele ik iets mede:

In 1882 trof ik hem als leerling der school te Wioeng aan. Hij, gelijk zijne geheele familie was toen nog mohammedaan. Zijn vader drong er zeer sterk op aan, dat ik hem onder mijne kweekelingen te Mödjo-warnö zou opnemen. Hij beloofde, f 2,50 per maand te zullen betalen voor zijne kleêren, dat hij ook deed, zoolang hij daartoe in staat was. Later toch verviel hij door wederwaardigheden buiten zijne schuld tot groote armoede.

Wagiman doorliep de school te Mödjö-warnö en woonde op zijn eigen verlangen ook trouw alle godsdienstonderwijs bij. Na eenige jaren werd hij met goedvinden zijner ouders aangenomen en gedoopt.

Hadden zijne vermogens het toegelaten, zoo hadden mijn zoon en ik hem gaarne, uaar zijne begeerte, tot onderwijzer of voorganger opgeleid. Doch naar ons beider overtuiging ontbraken hem daartoe de noodige verstandelijke gaven. Wij gaven hem daarom in den loop van ons verslagjaar gaarne verlof, om tot zijner ouders huis in bovengenoemde desa terug te "keeren. Hij kwam ddar als de eenige, die schoolonderwijs genoten had en christen geworden was. Aanstonds richtte hij een schooltje op, dat thans 18 leerlingen telt.

Sluiten