Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De zending in Kediri en Madioen, in 1886.

Medearbeiders Gods.

1 Cor. III : 9.

Wij zijn wêer een nieuw jaar ingetreden, en tegelijk geroepen tot het samenstellen van een overzicht van den toestand dezer missie gedurende het afgeloopene. Gelijk de koopman bij de wisseling des jaars zijne boeken afsluit, en verlangend is te weten, hoe het met zijne zaken staat, zoo willen ook de zendelingen zoo wel als de Bestuurders en Leden van zijn Genootschap weten, welke vruchten de werkzaamheden gedurende het afgeloopen jaar hebben gedragen.

Daarin is iets natuurlijks, iets billijks, al mag het dan ook voor den schrijver, die het voor de zooveelste maal moet doen, wel eens minder gemakkelijk vallen, zijn schrijven zoo in te richten, dat het geen mat herhalen van het reeds eens of meermalen geschrevene wordt. Uit den aard der zaak behandelt een verslag altijd dezelfde onderwerpen, die reeds in voorgaande verslagen werden besproken; alleen bijzondere ervaringen, buitengewone voorspoed of felle tegenstand kunnen aan het reeds bekende eenige meer boeiende belangrijkheid geven. Hiervan kan intusschen uit onzen kring ook ditmaal weder niets gemeld worden. Voor de zooveelste maal mag en moet het herhaald worden, dat onze arbeid zijn' stillen gang ging; dat die nog altijd het best wordt geteekend door het beeld des ontginners en zaadzaaiers; doch, gelukkig! ook, dat Gods zegen, en meermalen de gunst

Sluiten