Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bende dan meïehet, staat ongetwijfeld daarmede in verband, en iedere inlander van ouden stempel weet dan ook mede te deelen, dat maengket aaneenlijmen of aaneenhechten beteekent. Onwillekeurig brengen wij dan ook dezen dans in verband met het reeds gevondene omtrent het immer draaiende wezen daarboven. Wij zien dan, dat de dans niets anders is dan de plastische voorstelling van den nimmer rustenden, den eeuwig draaienden en zich zelf vervolgeuden dierenriem, liet mahatoetoeron en mahatatamboelelen, door den Heer wilken medegedeeld, zijn ongeveer van dezelfde bet eekenis. (1)

En nu de dierenriem in zijne onderdeelen. Gewoonlijk weet de Inlander niet meer dan 6 of 7 van de twaalf gesternten op te noemen, en moeielijk is te bepalen, welke hij dan nog voorheeft. Immers de volgorde verschilt bij onderscheidene opgaven. Dat er evenwel vroeger zelfs meer dan twaalf namen van de gesternten des dierenriems bestaan hebben, lijdt, onzes inziens, weinig twijfel; doch stellige gegevens daaromtrent zijn wij nog niet machtig kunnen worden. De namen van 39 goden, of juister gezegd van 36 gewone goden en 3 buitengewone, zijn voor ons dan ook niets anders dan de 12 gesternten van den dierenriem verdrievoudigd, waarvan ieder derde gedeelte weêr eene merkwaardige godheid zou zijn. Iedere Alifoer geloofde vast en zeker, dat deze godheden aan den hemel (eenigszins naar het Oosten) aan de Westerkim of beneden de aarde woonden, en immer en altijd in het vlak van den dierenriem. (2)

Sawoerang, d. i. krokodil is een gesternte, zooals een priester mij in het eene dorp verklaart, terwijl zijn

(1) Zie Mededeelingen, D. VII, bijzonder p. 295-317. f2) Zie hier echter Dr. g. a. wilken , het Animisme p. 227, e.v. Red.

Sluiten