Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zendeling kan wedervaren, vooral waar hij, zooals ik, de toegebrachten nog niet bij honderden of duizenden tellen mag.

Met opzet sprak ik boven vooral over het huwelijk van jonge lieden, omdat ik daarbij ook den invloed der ouders wilde doen uitkomen, 't Behoeft echter geen betoog, dat het gemelde bezwaar zich niet minder laat gevoelen, wanneer op lateren leeftijd, wegens overlijden van een' der echtgenooten, of ook wel na echtscheiding, tot een tweede of derde huwelijk besloten wordt. En zoo blijkt het dan, in wat voortdurend gevaar eene gemeente van geringen omvang moet verkeeren, reeds alleen daardoor, wijl zij tot haar physiek voortbestaan niet de gewenschte voorwaarden biedt.

En wat zou bij het bovenstaande niet nog al te voegen zijn, ten bewijze, dat de arbeid in kleine gemeenten zijne eigenaardige bezwaren medebrengt! Vooral op Java, waar de inlandsche christenen zich nu eenmaal niet onderscheiden door geestdrift, en onder wie de zucht tot propagatie op de meeste plaatsen nog maar al te gering is. üroote gemeenten bieden altijd elementen tot uitbreiding en voortplanting. In kleine zoekt men die wel eens te vergeefs. En zelfs wanneer de inlandsche voorganger in zijne mate daaraan tegemoet koint, wordt de toestand soms meer of minder stationair. Hier is stilstand wel niet in allen deele achteruitgang; maar de gemeente verkrijgt op deze wijze toch geen aanzien. Zij verzinkt in de groote menigte. En wie onder die menigte haar nog aandacht blijft scheuken, doet dit veelal slechts met zekere voldoening, dat die christeuen toch maar een onbeduidend hoopje uitmaken. l)e zulken vragen mij zelfs nu en dan wel ietwat sarcastisch: hoeveel santris (leerlingen) ik al wel heb? De terugwerking hiervan op de gemeenteleden

Sluiten