Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nederzetting in het binnenland althans het begin te mogen zien. Midderwijl zijn mijne jaren alweêr toegenomen, en gevoel ik zelf maar al te zeer, tot meer dan gewone lichamelijke inspanning niet meer in staat te zijn. Zelfs liet mijne gezondheid in den jongsten tijd herhaaldelijk veel te wenschen. Keeds nu zou het mij moeielijk vallen, aan de toebereidselen voor zulk eene nederzetting persoonlijk deel te nemen. En wat mijn medehelper betreft, toen ik onlangs voor zijn ziekbed zat, beklaagde hij zich bitter, dat ook hij daarvan nu wel zou moeten afzien. En tot dusverre heeft de uitkomst deze vrees nog niet gelogenstraft. Onder zulke omstandigheden moeten wij ons wel telkens gedrongen gevoelen, om te woekeren met de middelen en gelegenheden, die de Heer onder ons bereik heeft gesteld; altijd biddende, dat Hij ons nieuwe wegen opene eu nieuwe krachten toevoere, die aan de uitbreiding dezer missie dienstbaar kunnen zijn, en daarbij van ons Genootschap en zijne Bestuurders die hulp vragende, die ons alleen door hen kan worden verschaft.

In het begin van 1885 meldde ik, dat (le Javaansche christengemeente alhier bestond uit 114 zielen, waaronder 84 volwassenen, namelijk 34 mannen en 50 vrouwen, en dat daarbij nog moesten gerekend worden 19 Chineezen (11 mannen en 8 vrouwen) eveneens tot de gemeente behoorende, en bijna allen door mij in de jongstverloopen jaren hier gedoopt. Eene telling, bij den aanvang van dit jaar gehouden, gaf voor het zielental der Javanen het cijfer van 119, waaronder 83 volwassenen: 35 mannen en 48 vrouwen; terwijl het aantal Chineesche christenen 29 bedroeg, namelijk 17 mannen en 12 vrouwen. Hierbij moet worden opgemerkt, dat onder het totaal der Chineesche christenen bij de jongste telling ook zijn opgenomen

MED. N Z.G. XXXI. 23

Sluiten