Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na de Vasten" omtrent nachtelijke afzondering in de Mesdjid werd meegedeeld. (1) Tuch moet gezegd worden, dat bedoelde vrouwen en anderen, op wie ik thans meer bijzonder het oog heb, in den regel zeer getrouw onze bijeenkomsten bijwonen, en het daar gegeven onderwijs niet alleen aanhooren, inaar ook meedragen, blijkens de gesprekken, die zij naar aanleiding daarvan onderling houden, of de vragen, die zij mij of anderen daaromtrent doen. En dit vooral mag ons hoop geven, dat de geest des Evangelies ook deze aanvankelijk geloovigen allengs meer zal verlichten en doordringen, en hun leeren zal, om met afzien van alles, waarin geen heil is gelegen, alleen langs den weg van Gods Woord hun geluk te verwachten voor tijd eu eeuwigheid.

Wanneer ik nu nog een' laatsten blik sla op de geheele gemeente, om mij haar zijn en wedervaren in den jongstverloopen tijd voor te stellen, dan moet ik zeggen, dat wij ook nu wederom ons lief en leed hebben gehad. Was hier en daar een enkele, die ons aan zijne voortdurende trouw moest doen twijfelen, of voor geheelen afval doen vreezen, ook een afvallige van vroeger keerde na aanhoudende vermaning terug, en werd weder openlijk in de gemeente opgenomen. Hadden wij het verlies van enkele leden te betreuren wegens sterfgeval of verplaatsing naar elders, ook nieuwe leden traden toe, of kwamen tot ons over. Bleek de onderlinge liefde wel eens wat flauw, en de gemeenschapszin weinig, ook van wederkeerige belangstelling en hulp werd bewijs gegeven. En hier mag wel vermeld worden, dat, toen onlangs een der christenen te Kajoeapoe door brand van huis en have was beroofd, ook

(1) Zie Mededeelingen : deel XXXI, l9te stuk.

Sluiten