Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als elders niet onbetuigd hebbeu gelaten! Hoe bemoedigend, als soms iemand hunner tot ons overkomt, om in ons nederig bedehuis met woord en daad ons te verzekeren, dat in Nederland warme harten kloppen voor de uitbreiding van het Godsrijk op Java, waarvan ook wij ons geringe onderdanen mogen noemen. Het bezoek van Mr. O J. H. graaf van limburg stiruh, onzen hooggeëerden medestander in het zendingwerk, heeft mij vooral in dit opzicht verkwikt, en ongetwijfeld ook de gemeente goed gedaan; gelijk mede de belangstelling, die wij kort daarna van den heer g. rouffaer , bij diens verblijf alhier, ondervonden, ons steeds in aangename herinnering zal blijven.

Thans overgaande tot de mededeeling van eenige bijzonderheden aangaande mijne school te Samarang, verblijd ik mij, al aanstonds te kunnen melden, dat het getal leerlingen aldaar in den loop des vorigen jaars wederom is toegenomen. Was dit getal in 1885 van 60 tot 64 gekomen, in 1886 steeg het tot 85, het hoogste cijfer, dat het (totaal mijner discipelen) tot dusverre heeft bereikt. Niet minder dan 56 scholieren werden in dat jaar aangenomen, tegen 35, die van de school afgingen. Ook de dagelijksche opkomst, schoon bij velen nog altijd zeer ongeregeld, mocht over 't algemeen goed genoemd worden, was zelfs beter dan vroeger. Niet zelden toch waren meer dan 3/4 van het aantal ingeschrevenen tegenwoordig, terwijl de doorgaande opkomst afwisselde tusschen 2/3 en 3/5 van dat getal. In verband met de beschikbare ruimte moest ik er daarom - hoe noode ook - reeds toe overgaan, een paar adspiranten voorloopig af te wijzen of liever uit te stellen, die echter later toch konden worden geplaatst.

Sluiten