Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als in het water thuis behooren, zijn den tijang islam (mohammedanen) verboden te eten, tot eene herinnering of waarschuwing, dat wij zelf ook niet tweeslachtig mogen zijn. En toch zijn de Javanen, wel beschouwd, van hetzelfde karakter, daar zij nu eens de agami islam (moh. godsdienst) en dan weder adat boedö (heidensche gewoonten) volgen."

De modin had daar niets tegen in te brengen. Maar zóó alleen kwam hij er niet af. Waarschijnlijk had hij ook al lont geroken.

»ïk spreek thans niet van de tijang abangan (ongodsdienstige menschen), maar van de bongsö poetihan (geestelijken), zooals u bijv. Den eenen dag gaat u de menschen voor in het gebed bij de saréngat (godsdienstinstelling) van de agami islam, en den anderen dag bidt u weder bij de Sëndang (1), waar aan den üanjang van Kajoe-apoe geofferd wordt. Maar dat mag toch eigenlijk niet. Want zoo is u ook tweeslachtig."

De modin zwijgt. En ook de andere heeft er niets meer bij te voegen. Een mensch kan ook niet alles op eens zeggen. Wat mij aangaat, ik had dit gesprek wel niet met onverdeeld genoegen aangehoord; maar vond de vergelijking toch niet onaardig bedacht. Ze kon in ieder geval tot zelfkennis leiden. Maar als ik sedert onder de christenen zelf iets hoor of zie, dat min of meer tweeslachtig is, denk ik onwillekeurig weer aan këpiting en andere dieren, die op het land en in het water leven.

't Was juist bij gelegenheid van een mijner bezoeken te Kajoe-apoe, dat het districtshoofd iemand derwaarts zond, om Philémon te vragen, of deze voor de uitoefening

(1) Sëndang — waterbron. Hier is bedoeld de plaats, waar de beschermgeest van Kajoe-apoe geacht wordt zijn verblijf te houden.

Sluiten