Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zij 11e betrekking van een ,/Beslit" (Gouvernementsbesluit) was voorzien. Al aanstonds begreep ik, dat deze informatie in verband stond met het Besluit van den Gouverneur-Generaal d.d. 26 April jl. no. 4/c., waarbij art. 1 23 van het regeerings-reglement ook op de inlandsche leeraren of hulpzendelingen wordt toepasselijk verklaard. Wat ik echter niet vermoeden kon is, dat Philémou niet lang daarna aan zijn adres eene (gezegelde) Gouvernements-dispositie zou ontvangen, waarbij hem de //bijzondere toelating" werd verleend, die tot dusverre alleen voor //christeuleeraars, priesters en zendelingen" werd vereischt, en wel zonder dat daarom door hem, of ook door mij voor hem, was gevraagd.

Iu Augustus des vorigen jaars brak ik eens een paar dagen uit, om Br. horstman te bezoeken, sedert eenigen tijd gevestigd te Kali-tjèrèt, district Singèn-kidoel, afdeeling Samarang, waar hem door Br. de boer te Wönö rëdjö (het uit mijne verslagen en die van Br. j. kruyt van 1856-1865 welbekende Njèmoh) de weg was gebaand. Ik vond Br. horstman bezig aan het bouwen van kerk en school, en hield des avonds met de inlanders, bij wie hij zich had nedergezet, of die zich daar bij hem hadden aangesloten, eene bijeenkomst, waarin ik allen het; //bekeert u en gelooft het Evangelie!" aan het hart trachtte te leggen. Onder de christenen te Kali-tjèrèt zijn o. a. 2 gezinnen, vroeger tot mijne gemeente te Samarang behoorende. Oorspronkelijk desalui, waren zij indertijd naar de hoofdplaats verhuisd, doch van daar om verschillende redenen weer naar de désa teruggekeerd. Br. horstman werkt te Kali-tjèrèt aanvankelijk niet ongezegend. Moge hij daar ook verder van zijnen arbeid rijke vruchten zien!

Sluiten