Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Utrechtsche zending-vereenigingen zich in der tijd heftig verklaarden tegen den maatregel, om over gevestigde gemeenten hulppredikers te stellen; en hebben niet juist deze beide Vereenigingen er daarna het meeste personeel voor geleverd? En doen zij dat nog niet? Zou 't niet rechtvaardig zijn, deze //frontverandering" als eene rechtvaardiging van den door ons gedanen stap te doen wegen?

Doch genoeg, M. BB. Dit antwoord op de door de gansche wereld heengaande grieven tegen het Nederlandsche Zendelinggenootschap, moest mij van het hart. En - veel zal afhangen en blijft ook in de toekomst afhangen van . . . . de hulppredikers zeiven, en van de eischen, die door de hen opleidende en uitzendende vereenigingen gesteld worden. Laat men er toch niet te licht over heen gaan. Eenige oefeningsjaren onder leiding van reeds in de practijk ervaren mannen zouden m. i. zoo noodzakelijk zijn. Voorts: geen onedele en verdervende partijschap tusschen de mannen van verschillende genootschappen! Laten die Indische christengemeenten toch bewaard blijven voor die bedroevend onmannelijke tooneelen van de kerk hier te lande. Mogen die hulppredikers den band steeds bewaren, die hen aan de Vaderlandsche gemeente bindt en — zendelingen blijven in den besten zin van dat schoone woord: apostelen van Hem, die eene wereld op het hart droeg.

Laat mij met dezen wensch mijn overzicht sluiten. Ik weet meer dan /,een overzicht" is het niet, en kan het niet zijn. Misschien heb ik veel nog vergeten, wat had verzameld moeten worden. "Vele dingen weet ik niet in deze. Wat ik vond, trachtte ik te geven. Maar mijn laatste gedachte is: • vreugde," vreugde over Gods werk door zwakke menschenhand reeds volbracht; vreugde in die »toekomst des Heeren," als, alles wederom is

Sluiten