Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kreeg wegens langdurig verblijf in Indië). Ter voorziening in het bestaande incompleet zijn intusschen sedert 1 Januari jl. weder 4 nieuw benoemde predikanten in Indië aangekomen.

Van de ten behoeve der inlandsche Christengemeenten toegestane 25 huipredikers '2de klasse — welk aantal in 1887 met één voor de inlandache Christengemeente te Depok en Toegoe werd vermeerderd (zie noot 1 op pag. 1) waren, blijkens het vorig verslag op 31 December 1886, Ul in functie, 1 afwezig met buitenlandsch verlof en 3 nog niet benoemd. In 1887 moest nog een dezer hulppredikers wegens ziekte Indië tijdelijk verlaten, zoodat op 31 December jl. 20 in functie en 2 met buitenlandsch verlof waren, terwijl toen in 4 plaatsen nog viel te voorzien. Op dien datum waren 5 (1) standplaatsen , waarvan 3 in Amboina, 1 in Menado en 1 in Ternate, onbezet, namelijk even als in uit. 1886, Wonreli, op Kisser en Wangil op Aroë, en verder Serwaroe (Letti), Koemelemboeai (Minahassa) en Batjan (Ternate). De standplaats Serwaroe raakte onbezet, doordien de titularis in September 1887 werd bestemd ter voorziening in de vacature te Boana. Vermits echter deze plaats door gebrek aan drinkwater ongezond is gebleken, werd bepaald, dat de hulpprediker voor de gemeenten, behoorende tot het ressort van Boano, voortaan zou gevestigd zijn te Lokki aan de Piroe-baai op Ceram. De plaatsen van hulpprediker voor Koemelemboeai en voor Batjan vielen open, de eerste door buitenlandsch verlof van den titularis, en de andere door overplaatsing naar de nieuwe standplaats Depok. Met de waarneming van den dienst te Koemelemboeai werd tijdelijk belast de hulpprediker te Amoerang.

Van de 20 in functie zijnde hulppredikers waren er bij het einde des jaars 3 niet op hun eigenlijke standplaatsen gevestigd, namelijk die van Babauw en van Allang, welke, zooals hooger is gezegd, tijdelijk te Koepang en te Amboina werkzaam waren, zoomede die van Hoetoemoeri (Amboina), die tjjdelijk mede ter hoofplaats Amboina gevestigd was, als belast met de opleiding van kweekelingen voor het inlandsch

(1) Het nog aan te wijzen ressort (verg. het verslag van 1886 blz. 92) hier niet medegerekend.