Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eene rondreis op Noesa-laoet.

De hulpprediker hier is gewoon een paar keeren in het jaar eene rondreis te doen, ten einde Avondmaal te bedienen in zijne buitengemeenten. En nu moge zulk eene reis voor den prediker zelf niet altijd het opwekkende hebben, dat hij wenscht en dat anderen veronderstellen, en hem niet doen ontsnappen aan vermoeienis en onaangename ervaringen, voor de inlanders is zulk eene avondmaalsviering een der voornaamste evenementen in hun zoo weinig afwisselend bestaan. De komst van den resident of controleur moge op bet uiterlijke van het dorp een' oogenblikkelijken indruk maken, en aanleiding geven tot het fatsoeneeren van onfatsoenlijke heggen, tot het begaanbaar maken van halsbrekende wegen en bouwvallige bruggen, de komst van den hulpprediker en den aankleve daarvan zijn zoovele gebeurtenissen, wier invloed zich doet gevoelen in de huizen en in de harten, aan kleêren en gewoonten.

Reeds eenigen tijd voor des pandita's komst valt er eene groote bedrijvigheid op te merken van bijzonderen aard. Men heeft houtbast gezocht, gestampt, met water gekookt en tot verfstof verwerkt; want het zwarte baadje des mans en diens broek, het zwarte eerste dito der vrouw en haar sarong van de zelfde kleur zijn in den loop der verloopen maanden ietwat grijzer geworden, en zullen een nieuw verfje erlangen. En de zoon en de dochter des huizes, die naar menschelijke berekening het lidmaat-