Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeggen: »stel mij op de proef, zoo hard ge wilt; laat mij mijn leven wagen; stuur me door dik en dun, door water en vuur, als het lidmaatschap die proeven maar bekroont. Neen, niet zooals mijnheer wil over een half jaar, maar nu, nu, en niet later."

«Verbeeld u", zoo begint andermaal de vader ,/verbeeld u, de kleêren zijn al gemaakt. Zij zijn klaar, in de veronderstelling, dat hij 't niet ontgaan kan."

Als wij nog voortdurend ons hoofd schudden, en meenen dat het jongmensch nog te jong is, werpt de man zich op den grond, omvat mijne beenen , terwijl de zoon, zijn voorbeeld willende volgen en er geen plaats voor vindende, van achteren mijne beenen omspant. Het tooneel is hartverscheurend! » Mijnheer u is bedrogen. Mijn zoon is zoo oud als de anderen, maar ziet er jong uit. Dat heeft hij altijd gehad. Mijnheer, de diaken heeft u bedrogen."

De diaken staat in den hoek met zijn hoofd neen te te schudden. v Ja mijnheer, ik mag sterven als mijn jongen nog geen achttien jaar is" en de wanhopige jongen gilt het zelfde.

»Sta op en wij zullen zien."

Als of de knielenden plotseling het grootste geluk hadden erlangd veranderen hunne aangezichten. Zij hebben andermaal hoop, en de kleêren zijn waarschijnlijk niet te vergeefs gemaakt. Ondertusschen beweert de diaken, dat de man ongelijk heeft.

Arme pandita! hoe zal hij weten wat waarheid is, nu de doopboeken te huis liggen, en er toch gehandelt moet worden. Na weinige oogenblikken evenwel meent de diaken, dat als de pandita er niets tegen heeft, dan toch het jongmensch maar moest worden toegelaten, daar vooral deze dagen alle aanleiding geven om de liefde te beoefenen en het zoo nauw niet te nemen. Wij besluiten dan ook, den