Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die tot hiertoe het werk waarnam, een dronkaard was. Doch zie, wat wij niet weten, dat wist de gemeente, die blijkbaar niet zeer ingenomen was met den nieuwen herder. Immers iemand in die negery geboren, kan nooit gemeentevoorganger worden; de vloek, die rust op hen, die het wagen die taak op zich te nemen, bezorgt hun den dood, dank zij het leeraarswater te Titawaij. Arme oude! Doch de man was oud, en hij stierf aan bloedspuwing.

Daarna droeg ik een' der collectanten het gemeentewerk op. De man had geen buitengewone leeraarsgaven, doch hij deed zijn best, al moest hij drie keer in de week mijne bijbellezingen bijwonen om zijne kennis te vermeerderen, en daarvoor telkens een half uur loopen. En mocht het zijn. dat zijne kennis niet toereikende blijkt, om eene preek samen te stellen, in zijn bezit zijn leerredenen van honderd jaar geleden en ook die pas zijn uitgegeven. Bovendien heeft hij gecopiëerde preeken, wie weet van waar. Misschien hielpen hem leerlingen van predikanten op Ainbon en hulppredikers op de Oeliassers, die hunner heeren preeken afschreven. Dus geen nood, met den mond vol tanden staat hij nooit, althans niet in de kerk; voor zijn' burgervader waarschijnlijk wel, want deze schijnt het er op aan te leggen onzen voorganger tot zijn' allergehoorzaamsten dienaar te maken, 't Is soms wel eens onaangenaam, doch dat zal zich wel schikken, als maar niet die gevreesde vloek hem treft.

De kerk staat vlak aan het strand en op een steenrots. En het is zeker, dat al brullen de watervloeden en winden hunne woede uit tegen het voetstuk van het gebouw, hun bruisen en branden voorloopig te vergeefs is. Zie die muren van een' meter dikte en eene rollaag van bijna een vadem. O, Compagnie, waarom was al uw werk niet zoo degelijk als uw bouwen, dan zoudt gij tot op den hui-