Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ter wille van de opvoeding hunner kinderen eenige offers te getroosten.

Nog een ander meldt: < Een enkel woord over de genootschapsscholen in dezen werkkring. Eene enkele uitgezonderd, treedt ik meest deze schooltjes met een bezwaard gemoed binnen. Zij lijden allen een kwijnend bestaan, dat hoofdzakelijk te wijten is aan de weinige achting, die zij bij de bevolking genieten, in vergelijking met de gouvernementsscholen. Onze schooltjes maken daarnaast in den regel een armelijk figuur.

Ongetwijfeld geven betuigingen als de bovenstaande een' alles behalve aangenamen indruk. Mogen zij tevens verduidelijken, dat er veel tegenstand is, in den zin van belemmeringen. Naar het ons voorkomt moet de bloei der school uitgaan van de gemeente. Het allengs aanmaken van eenvoudig doch doeltreffend meubelair, het zooveel mogelijk ter schole zenden van alle kinderen ter plaatse, het trouw opkomen, het geen onderscheid maken tusschen meisjes en jongens, het moet alles behooren tot de bemoeienis van de christelijke gemeente. Door haren invloed moet ook allengs, en steeds meer, voorzien worden in de behoefte aan leermiddelen en schoolbehoeften. Of moet dit gerekend worden tot de vrome wenschen te behooren? Leert dan de ervaring niet, dat dit de weg is, om tot gewenschte toestanden te komen? Mogen wij niet wijzen op scholen, die door de gemeente tot bloei kwamen, en voor het doel, dat wij beoogen, in voldoenden toestand verkeeren, al is de wensch naar allengs beter ook voortdurend gewettigd? Zijn de voorbeelden niet aanwezig, dat de bemoeienis der gemeente ook der gouvernemeutsschool ten goede komt, wat algemeen ter schole komen, en gezet schoolbezoek betreft? Daarom ook hebben wij boven gesproken, dat naar onze meeuing,