Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd niet of weinig ontwikkeld, het gemoed niet gevormd. De onverschilligheid omtrent het schoolgaan plant zich over op het bijwonen der onderwijsureu; zoodat, vooral in grootere plaatsen, een deel der aankomende christelijke gemeente, geheel onkundig opgroeit. Tot jaren van onderscheid gekomen, heeft men of geen lust in die dingen, of geen wilskracht genoeg, om zich over valsche schaamte heen te zetten. Maar ook hier weder is in levende gemeenten de christelijke liefde opzoekend, uitnoodigend, leidend, helpend, werkzaam. Daardoor worden menig jongeling en menige jonge dochter er toe gebracht, het voorbereidend onderwijs tot het lidmaatschap bij te wonen. En onder de op deze wijze opgezochten vinden we later wel eens tamelijk goed ontwikkelde, oprecht en eenvoudig geloovige christenen.

Bovendien treft roeu onder de catechisanten, jonge lieden, meermalen dezulken aan, die zich wel in het onderwijs willen vertoonen, zij 't dan ook niet zoo bijzonder trouw, maar geen leerlust hebben. Dewijl zij zich niet voorbereiden, niets van buiten leeren, missen zij veel wat noodig is om het onderricht te begrijpen en in zich op te nemen, gesteld al dat zij oplettend toeluisteren, wat natuurlijk veelal 't geval niet is. Zoo stuiten wij ook op gebrek aan ernst. Menig hoogernstig, en zooveel mogelijk liefderijk woord wordt denzulken toegesproken; tot opwekking van ernst, leerlust, waarachtigheid. Laat ons hopen niet altijd zonder gewenschte vrucht.

Nog iets. Wij Hulppredikers, met uitzondering van enkelen, wij geven het godsdienstonderwijs steeds in de Maleische taal, die tot den huidigen dag voor onze bevolking eene vreemde taal gebleven is. Voor de goed schoolgaande jeugd is daartegen geen bezwaar. Trouwe,