Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trouw bijwonen van godsdienstoefening en onderwijs, dat oprecht berouw bekeering werkte, dat men zich afwendde van wat ergernis gaf en eenen godsdienstigen zin openbaart, daar wordt de broeder of zuster met voorkomende liefde en ernstige vermaning weder in de gemeenschap bevestigd. Wanneer anderen niet in de bijeenkomst komen, ten einde weder te worden opgenomen, worden zij door de broeders en ook door de zusters opgezocht. De geest van Christus woont in de gemeenten. Men zoekt wat van verre blijft staan, men tracht te behouden wat dreigt verloren te gaan. Voorts, in iedere gemeente zijn minder getrouwen, min of meer onverschilligen, of ook in oneenigheid met elkander levenden, niet alleen van echtgenooten ouderling, maar ook van anderen; daar zijn vijandschap, nijd, en dergelijken. Al de zoodanigen zijn het voorwerp van de opzoekende liefde, of zij ook behouden mochten worden, wel ten allen tijde, maar meest tegen de viering van het Heilig Avondmaal. Wat al opgewektheid overal! Bij en onder alles, waar eenigen samentreffen, is ook de naderende plechtigheid onderwerp van de gesprekken. Zóó mag men veronderstellen, dat de gemeente, als geheel genomen, wel voorbereid ten Avondmaal komt, dat waardig viert, en daarvan een' blijvenden zegen wegdraagt. In den eersten tijd na de avondmaalsviering is dan in gemeenten als de besprokene, de prediking, die tot de gemeente kwam vóór en bij die plechtigheid, het onderwerp van gemeenschappelijke overdenking, waar ook gemeeuteleden elkander ontmoeten. Men deelt elkaar mede wat ieder in 't bijzonder getroffen heeft, men vraagt en heldert op, spreekt over ervaren vertroosting en zegen, en wekt elkaar op tot eene steeds in innigheid toenemende gemeenschap met Christus, door te waken, te bidden en te strijden in de kracht des Heiligen Geestes.