Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met evenveel moed en onvermoeidheid als zijn paard begaan worden. In den droogen tijd is dit mogelijk, maar in de regenmoesson, als de regens goed doorkomen, ondoenlijk. Dan stroomt en bruist en kookt het water de bergen af, in de dalen, de rivieren stroomen over 't land, en de smalle bergpaden zijn onkenbaar. Alleen de Savoenees gaat, ingeval van noodzaak, den weg en wacht tot het water der rivieren wat gevallen is.

De Goeroe van Liaai wacht ons op. Hij heeft de schoolkinderen bij zich, en zij zingen een welkomstlied. Natuurlijk stijgen wij gaarne van 't paard om den Goeroe en de kinderen te groeten. Gelijk te Séba zingt en bidt en spreekt men ook hier alles in 't Maleisch. En dat slechts weinigen der schoolkinderen wat van 't Maleisch verstaan, behoeft nauwelijks gezegd, en nog veel minder de leden der gemeente. Inderdaad, er zal veel volharding en beleid noodig zijn voor den komenden zendeling, om hierin verandering te verkrijgen. Immers hoezeer 't Maleisch voor een en ander aan te bevelen zij, 't Evangelie moet toch in de taal des volks worden gebracht.

De Goeroe is een klein manneke, maar flink en ijverig; hij is de eenige goeroe die tamelijk wat Savoeneesch spreekt. Hij bracht het evenwel tot hiertoe niet zoo in practijk. De Goeroe is bij deze gelegenheid deftig in 't zwart, als zijn rok en broek nog zwart mogen genoemd worden; want al de kleuren van den regenboog zijn duidelijk te onderscheiden op kraag en panden. Daarbij is die rok zóó aartsvaderlijk groot en de panden zóó lang, dat men volstrekt niet veel kracht behoeft aan te wenden om den kleinen Amboneeschen onderwijzer er maar zoo uit te schudden. En merkwaardig is het te zien, als de G oeroe loopt, hoe die panden van zijn' rok telkens in gemeenschap, of botsing zoeken te komen , met het