Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik werd door den Goeroe aan den vorst van Liaai voorgesteld, 't Is een man van middelbaren leeftijd, stil in zich zelf gekeerd', gedrukt door huiselijk verdriet. Zijne vrouw heeft den goeden weg en ook hem verlaten, houdt het met een ander, en heeft zich elders gevestigd. De zaken in de gemeente worden hier als elders gedaan; het Evangelie verkondigd, een 3 Otal personen, zoo ouden als jongen, gedoopt, en voorts de zaak der kerkelijke kas besproken. De vorst, tevens ouderling der gemeente, verzoekt, dat de gelden tot hiertoe in de kerkelijke kas te Séba gestort, nu te Liaai zullen blijven; dit wordt goedgevonden. Deze gemeente, als ook de andere op Savoe, staat in kennis achter bij de gemeente te Séba, wat trouwens wel te begrijpen is.

De school te Liaai wordt of in de kerk, of in 't huis van den Goeroe gehouden. Vooreerst zal er nog wel geen sprake kunnen zijn, dat de Radja's ons helpen in het bouwen van scholen en van woningen voor de onderwijzers.

Messara (Mëhara).

Een goede twee uur op een goed paard, en we komen over berg en dal te Messara. Liaai ligt ten Zuid-Oosten, Messara vlak in 't Zuiden van Savoe, zoodat we van uit Messara niet alleen het eiland Randjoewa (Rai = land, Djoewa, persoonsnaam), maar ook des morgeus en des avonds bij helderen hemel het kleine eiland Dana kunnen zien. Randjoewa is bewoond. De onderwijzer, die onder de weinige christenen van Randjoewa arbeidde, is gestorven. De Radja van Randjoewa is nog heiden; jammer is het als hier de arbeid niet wordt voortgezet. Edoch, de onderwijzer, die dan zou komen, mag wel een halve zeeman zijn. Op Randjoewa is in 't geheel niets te krijgen; schepen, stoombooten komen er niet, derhalve zou hij dikwerf