Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

predikers, met het toezicht op genootschapsscholen belast, in inspectie-rapporten bijna niets dan afkeuring te vinden, zonder zelfs een woord ter vergoelijking, bij de gedachte, dat de riemen waarmeê men op de genootschapsschool moet roeien, zoo ontzettend kort zijn. Toch blijft bet mijne bescheiden meening, dat menige genootschapsschool naar evenredigheid den toets der vergelijking met de gouvernementsschool niet behoeft te schuwen. Nog altijd blijf ik volhouden, wat door mij vroeger bij herhaling den tegenwoordigen Adjunct-Inspecteur - vóór hij deze betrekking aanvaardde - gezegd is: hooge tractementen zullen ons onderwijzerspersoneel niet geheel verbeteren. De uitkomst heeft mijne bewering gedeeltelijk bevestigd. De hooge tractementen hebben het onderwijzerschap tot een begeerlijk baantje gemaakt, wanneer men geen kans had te slagen om eene plaatsing te erlangen bij het inlandsch bestuur. Is men echter reeds onderwijzer, en doet de kans zich voor, dan laat men met genoegen de school los. Het hart hangt niet aan de school, wel aan de bezoldiging. Voorbeelden tot staving van het gezegde, zijn er overvloedig.

Het toezicht op de gouvernementsschool is strenger, en de eischen zijn hooger. Menigmaal is het den Hulppredikers gezegd: ^gijlieden staat een stelsel van barmhartigheid voor", - en wij zullen dit niet geheel ontkennen. Wij mogen noch kunnen onze eischen zoo hoog stellen, omdat de uitgaven veel minder zijn, en wij zeer goed weten, hoe zorgelijk menig onderwijzer moet omspringen met zijn uiterst schraal tractementje. Wat het toezicht aangaat wordt van onze zijde, ook in samenwerking met de inlandsche leeraars, veel gedaan - en aan leiding, opwekking, aansporing, bestraffing ontbreekt het niet. Staat bet ouderwijzend personeel aan de gouvernements12*