Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijn geleide bestond uit een' voorrijder en een twintigtal ruiters, die elders in groote districten aangroeiden tot 40, 80 ja 120 ruiters. Dat is zoo landsgewoonte, en niet bezwarend, dewijl tijdverlies nog geen post is op hunne begrooting, maar zij er eene eer in stellen den gouvernementsambtenaar te vergezellen, en er eene feestelijke gelegenheid, a holyday, van maken. Voor het prestige van ons gezag zou het niet goed zijn dit gebruik voor alsnog af te schaffen.

Zie ze daar te paard zitten, die Roteneezen! Een klein matje, los op het paard liggende, en het gewone hoofdstel - de rapa - is alles wat zij behoeven. Hun lichaamstooi is van meer beteekenis. Wel gebruiken de meesten slechts een kleedingstuk als een soort zwembroekje, maar hun middel is omgord met een lange, breede strook katoen met gebloemde patronen van schitterende kleuren en phantastische figuren, die in den laatsten tijd voor den europeeschen smaak veel aantrekkelijks schijnen te hebben. Die doek of breede sjerp laat van vóór en van achter, of aan de zijden de einden met franje vrij hangen en alzoo een gedeelte van het lichaam beneden bedekken. Over den schouder hebben zij een dergelijke lange, breede sjerp, die zij naar welgevallen over den eenen, dan over den anderen schouder werpen, in den wind laten wapperen, waardoor zij, eene martiale houding aannemende, eene recht imposante figuur maken. Hun hoofdtooisel is weder of een doek van dezelfde stof, kleuren en patronen, alles meest van inlandsch fabrikaat, of wel zijn zij gedekt met de meest grillige vormen van hoeden of petten, van de helmhoeden der portugeesche landontdekkers der zeventiende eeuw tot de jockey-cab bij de tegenwoordige races in gebruik. Het is alles eigen fabrikaat, van de bladeren van den lontar of den gëwang, dat zij