Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als wij te Baa zagen, maar nog donkerder, hoewel pas nieuwelings opgezet. Ja! de koning des lands, die daar heerscht over twee kampongs, met eene gezamenlijke bevolking van 270 zielen, waaronder 41 weerbare mannen, wil ook een eigene school hebben, terwijl de school te Baa slechts drie paal of kilometer, of nog geen uur gaans van hier is. De school was minder dan die te Baa, maar de onderwijzer is, onder goede leiding en toezicht, wel bruikbaar.

Wij moeten verder, nog elf paal. Te Lelain moesten wij versche paarden nemen: geen der Radja's wil afstand doen van het aandeel, dat hij heeft in de ontvangst en het verstrekken van paarden en dragers voor de bagage van Gouvernements ambtenaren, tot aan de thor. De weg leidt, dwaas genoeg, eerst door een riviertje, dat wij een eindweegs door plassen, wat voor de paardeu eene verkwikking is, maar waar wij het weinig verkwikkelijk verhaal vernemen, dat zich hier soms kaailui (krokodillen) vertoonen.

Daar ziet gij het opgerichte teeken van het einde van Lelains gebied: een grenspaal dus op opgehoopte, soms een' opgernetselden hoop, steenen, met twee armen dwars, waardoor een kruis wordt gevormd, waarop de namen Lelain en Dengka, het volgende district. Daar staan de ruiters van Dengka ons reeds op te wachten, en is ook een versch paard voor mij gereed.

Terwijl men verzadelt, sta ik het tooneel bij den thor gade te slaan: alles gaat rustig toe. Ik vraag naar de beteekenis van thor, maar thor beteekent thor.

Met die wetenschap gaan wij verder. De ontvangst te Dengka was goed. Daar stond de Radja, een bejaard man, een oud dienaar van het Gouvernement en gedecoreerd met de gouden medaille voor bewezen diensten.