Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet bosschen van goede houtsoorten, bedekt geweest, maar men kapt zoo lang er nog een boom te vinden is, zonder er ooit aan te denken, dat men moet blijven aanvullen, aanplanten, wil men later niet totaal gebrek hebben aan het noodige timmerhout. Het wordt nu op Eote al moeielijk om hout te krijgen voor woningen van eenigen omvang en voor meubilair van huis en school.

Aan de thor halverwege staan de ruiters van Oënale met een paard voor mij reeds gereed. Zij zouden de schande niet willen dragen niet op hun' post te zijn, maar, behalve dat, hebben zij eene onderlinge contróle: het district, dat te kort schiet in zijne verplichting in deze, wordt beboet en betaalt een karbou.

Wij zijn over 7 uren te Oënale, en worden verwelkomd door den Radja in het steenen of gemetselde passantenhuis. Maar, hoe min is het weinige meubilair, dat hier is, en hoe weinig comfort vindt men er! En hoe weinig orde en discipline, niettegenstaande den harden toon en de groote woorden van den Radja. Zijn volk liep in en uit mijne kamer, en nam alles in oogenschouw, wat het vond. Ik sloot alles weg behalve mijn kam, 's avonds was hij verdwenen! Ik deelde het den Radja mede. //O! dat is niets: wat hier weg raakt, komt terug; ik heb mijne politie". Ditmaal bleek zijne politie onmachtig.

De loods, waarin school werd gehouden was allerslechtst, stond op 't instorten. Zij werd echter overal geschoord, anders had ik moeten verbieden daar nog langer kinderen bijeen te brengen ten einde onderwijs te ontvangen. En dat zou voor de jeugd hier werkelijk verlies zijn. Het onderwijs hier gegeven was goed: de onderwijzer was pas ten vorigen jare van de kweekschool te Ambon gekomen, en bracht de daar thans voorgehouden methode goed in toepassing. Het was een genot, dien

Men. n 7.. g. xxxiii. 17