Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Allereerst wijdde ik mij aan mijne kweekelingen. Met een 1 2 tal mocht ik het jaar aanvangen. Ik zette hunne opleiding voort op de wijs, als in mijn jongste verslag (1) beschreven wordt. De jongeren, die nog voor geene bepaalde opleiding tot eenige betrekking in aanmerking komen, hadden van (3-9 en van 2-5 uur handenarbeid, bestaande in land- en tuinbouw, het maken, herstellen of verbeteren van wegen en heggen, het vervaardigen van tuin- of ander gereedschap en het helpen bij allen nuttigen arbeid. De Heer V. stond mij hierbij weder herhaaldelijk ter zijde. Van 10-1 en van 6-8 uur werden al de kweekelingen in de school verzameld, terwijl ik de oudsten of meest geschikten onder hen gebruikte, inzonderheid ook tot hunne eigene oefening, om eiken morgen de kinderen der bewaarschool te leeren. Voorts deelden de oudste kweekelingen in de lessen aan de onderwijzers, voorgangers en adspirant-helpers. Gedurende het afgeloopen jaar kwamen vier kweekelingen tot hunne bestemming. Kasdimin, die 't langst kweekeling geweest en niet van geestesgaven ontbloot is, en bovendien groote geschiktheid betoonde voor de bewaarschool, stelde ik op verzoek der christenen aldaar aan als hoofd der bewaarschool te Swaroe. Aan het eind van het jaar werd in een opstel ff over de droefheid en vreugd der gemeente gedurende het afgeloopen jaar," dat ik in elk der gemeenten door één der onderwijzers liet opstellen, als punt van blijdschap voor Swaroe vermeld, dat men gedurende het afgeloopen jaar een' onderwijzer voor de bewaarschool gekregen had, waardoor de levendigheid der kinderen zeer was toegenomen. Ook trad Kasdimin in het huwelijk met eene dochter van een oud-kweekeling van mij, zuster van

(1) «Mededeelingen" D. XXXII, blz. 275.