Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dëmangan, in de hoop, gelijk zij mij mededeelden, dat daardoor de desa, of minstens sommigen uit haar bewogen zouden worden, om zich in den christelijken godsdienst te laten onderwijzen en daarna tot dezen toe te treden. Evenzeer was Swaroe ijverig in het herstellen van zijne kerk, waarbij de Beer Veereschild op nieuw groote diensten bewees. Het was der gemeente van Swaroe een stoffe tot vreugde, dat zij uit haar loemboeng-miskien, (armen-voorraadschuur), hare mede-christenen van Wónörëdjo helpen kon, die nog altijd een' harden strijd om het bestaan te voeren hebben. En toch, ondanks dat bewees W'önörëdjö in het afgeloopen jaar, hoe kennelijk, ten opzichte van geestelijke dingen en ook van de zorg voor de jeugd de christelijke van de niet-christelijke Javaansche nederzetting onderscheiden is. In geen mohammedaansche ontginning, met moeiten en zorg, als Wönörëdjö, overladen, zou het mogelijk geweest zijn eene school op te richten. Zelfs een moedin (dorpspriester) en langgarleerlingen, (leerlingen bij den priester), plegen op zulke plaatsen niet gevonden te worden. Nogtans besloot Wönörëdjö tot de oprichting van zijne school, kapte uit het bosch het noodige hout, om, zij 't ook nog ruw, de noodige schooltafels en banken te vervaardigen, en zond, gelijk uit mijne staten blijkt, zijne kinderen tamelijk getrouw ter school. Echtscheidingen kwamen in het afgeloopen jaar evenmin als in het vorige en misschien in vele vorige jaren voor. Zoo ook geen openlijke afval van de gemeente. Alles bleef in alle gemeenten met alle orde gaan, en in allen werd door verreweg het meeren<leel, ja zelfs door allen op enkelen na om de toediening des Avondmaals gevraagd. Voorwaar er waren ook ergernissen; doch deze waren misdragingen van enkelen, waarover de meesten treurden, en die niet aan allen mogen worden toegerekend.