Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aard der zaak kunnen wij hier kort zijn, verwijzende naar hetgeen elders vermeld staat. Één jaar tijds brengt in zulk eene groote gemeente, onder gewone omstandigheden , geen noemenswaardige veranderingen te weeg. De gemeente gaat in stilte haren weg, innerlijk toenemeude in kracht. De school bloeit. Kerk en catechisaties worden druk bezocht; de onderlinge godsdienstige bijeenkomsten in de desa's geregeld gehouden. Opwekking tot getrouw kerkbezoek gaat meer en meer van de gemeenteleden zeiven uit. Het evangeliseeren onder niet-christenen wordt door velen met trouw en ijver voortgezet; tot dusverre echter nog niet met zichtbaar groot resultaat.

Naarmate het zielental hier toeneemt, vermeerdert ook het eigenlijke gemeentewerk. Onze voorganger te Mödjöwarnö, een vroom man, is zoodanig met werkzaamheden overladen, dat hem slechts weinig tijd tot evangeliseeren rest. Dit is jammer, daar het hem niet aan tact ontbreekt. Daarom trachtten wij in het afgeloopen jaar, de in de gemeente beschikbare krachten te organiseeren, hetgeen ons tot dusverre slechts gedeeltelijk gelukte. Dit deel van onzen arbeid blijft nog te veel stukwerk. Wij wenschten voor Mödjó-Warnö c.a. een' flinken, vromen, tactvollen evangelist. Dan dezulken worden niet gevormd, maar geboren.' Een paar jaar geleden deed zich iemand voor. Hij wenschte echter zijne krachten te wijden aan het zendingwerk te Kërtórëdjö c.a., waar hij dan ook aanvankelijk met veel vrucht werkzaam is.

Het voornaamste bezwaar ligt echter bij de mohammedanen zeiven. Velen, overtuigd van de meerderheid van het Christendom, willen toch den ouden mensch niet afleggen. Zoo bv. ken ik iemand, wiens kinderen reeds lang, met zijne volle toestemming, overgingen, maar hij zelf kan nog maar niet scheiden van zijne opiumpijp.