Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

traden toe de dorpsschrijver en enkele andere notabelen der desa, in het geheel 10 volwassenen. Bovendien doopte ik een 16 tal kinderen, totaal 26 zielen. Hes morgens ten 10 uren had de aanneming en bevestiging plaats. Des middags gaf ik eerst, dooponderwijs, en nam toeu ook de kinderen in de gemeente op. En des avonds werd ons samenzijn met eene godsdienstoefening besloten.

Tegen het vallen van den avond werden wij verrast door de komst van een bejaard man, reeds sedert lang christen. Men had mij gezegd, dat Pak Min door ziekte verhinderd was, den afstand (ruim 5 uren gaans) van zijne desa Soeköramé naar Bandoerëdjö af te leggen, en zie nu kwam hij toch! Ja, zoo luidde de verklaring, tegen den middag had hij zich beter gevoeld, en was toen maar besloten om met een paar volgelingen de reis naar Kandoerëdjö te ondernemen. Geen wonder, de goede man was de middellijke oorzaak van het ontstaan dezer gemeente.

Het was bijna een jaar geleden, dat Pak Kamidjö hem te Soeköramé kwam bezoeken. Na wederzijdsche begroeting had Pak Min gevraagd: „ Wat mag wel de oorzaak zijn, dat mijn jongere broeder tot mij komt?" //Och kang" (oudere broeder), luidde het antwoord, wik ben eigenlijk reizende, om de ware elmoe te zoeken." »Wel dat komt goed," was het wederantwoord, j/ik geloof, dat ik dan mijn' jongeren broeder wel wat op weg kan helpen." En nu volgde een gesprek over het Christendom, de #agami ingkang oetami" (de volmaakte godsdienst). Een paar dagen en nachten duurde dit gesprek, en eindigde met den raad, om eens Módjöwarnö (pl. min. 6 uren gaans van Randoerëdjö) te bezoeken.

Teruggekeerd in zijne desa, wist pak Kamidjö den dorpsschrijver over te halen met hem de reis hierheen te maken. Op beiden scheen toen het Christendom een' diepen