Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overwegenden invloed heeft ten goede of ten kwade, is herhaaldelijk aangetoond. Te Módjowarnö en omstreken mogen wij ons verblijden in eene steeds grootere medewerking van die zijde (1). Het is meest onbekendheid met het Christendom, (en daardoor vooroordeel) waaruit men sommiger minder welwillende houding verklaren moet. Het is mij althans reeds een enkele maal gelukt, door eene gemoedelijke uiteenzetting van het doel van ons streven, vooringenomenheid of vooroordeel weg te nemen.

Volge hier hetgeen ik vernam van een paar mohammedanen uit eene andere afdeeling, welke de godsdienstoefeningen te Bondoerëdjö bijwoonden. Zij vertelden mij, dat toen zij dit voor de eerste maal gedaan hadden, de loerah hunner desa hen bij zich had ontboden, om hen te onderhouden over het verkeerde, dat gelegen is in het volgen van den //godsdienst der Hollanders". Den volgenden dag waren zij door den kepëtëngan (lid der dorpspolitie) gebracht naar liet onder-districtshoofd, tot wiens ressort die desa behoorde. Daar had ongeveer het volgende gesprek plaats:

Assistent-wëdönó: jOin welke reden zijn deze lieden hierheen gebracht?"

Kepëtëngan: //Met uw verlof, de reden daarvan is, dat zij de desa-regeling willen verbreken."

A.w. //Welke desaregeling bedoel je?"

K. ii Het beksó tlèdèk en andere."

A.w. n Zoo, en wat mag wel de reden zijn, dat deze lieden zulks voornemens zijn?"

K. //Men zegt, dat zij den godsdienst der Hollanders willen volgen."

(1) Zie o.a. Med,, deel XXIX, blz. 300.