Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beginsel doorgevoerd', dat de staat geene bekeering met wereldsche bedoelingen mag in de hand werken ; zoo zorgvuldig heeft men vermeden aan de Inlandsche christenen iets toe te kennen, dat aan hunne mohammedaansche of heidensche landgenooten werd onthouden, dat men bedoelde christenen feitelijk in meer ongunstigen toestand heeft geplaatst dan de gewone inlanders. Door niet te begrijpen, dat een Inlander, christen geworden, van vele voordeelen, welke de wet aan de onchristen inlanders toekent, niet alleen geen gebruik kan maken, maar dat die voordeelen voor hem zelfs belemmeringen zijn, en door de onpartijdigheid in godsdienstzaken zoover te drijven, van tegenover die belemmeringen geen speciale voordeelen te stellen, is men, hoewel onwillens, in omgekeerden zin partijdig geweest, en heeft de wetgeving den voortgang van het Christendom althans in de meeste streken bepaald tegengewerkt.

De godsdienstige zijde dezer kwestie blijft hier natuurlijk buiten rekening; doch zij heeft ook hare staatkundige en juridische zijde, en daarop moet ik hier wel wijzen. Zijn in Europa de groote banden, welke de volken bijeen houden, de nationaliteit, de taal en de gemeenschappelijke geboortegrond, in landen waar de Islam heerscht, is dit geheel anders. Daar heeft men in de familie, in het beroep en tot op zekere hoogte ook in het dorp of de wijk ook wel banden van wereldlijken aard, maar is de band voor de groote massa's de godsdienst.

In den Archipel treedt alleen bij de Chineezen het begrip van nationaliteit sterk op den voorgrond. Dezen kennen slechts twee soorten van menschen : zij zelf en de barbaren. Een Chinees, christen wordende, blijft er, in zijne oogen en in die van zijn landgenooten, niet te minder Chinees om, en een barbaar blijft barbaar,