Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sommige zendelingen is reeds te kennen gegeven het wenschelijke, dat voor de inlandsche christenen een eedsformulier wierd vastgesteld. En dit zal zeker wel noodig zijn.

7. Het is ook zeer wenschelijk, dat eene instelling als bij ons de Burgerlijke stand voor den christen-inlander worde ingesteld. De zendelingen zijn belast met het houden van registers van geboorte, sterfgevallen en huwelijken. Of zulks algemeen plaats heeft, is ons niet met zekerheid bekend.

8. De zendelingen rekenen het zich ten plicht, het huwelijk in eere te brengeu en te houden. Echtscheiding zoeken zij zooveel mogelijk te voorkomen door raadgeving en vermaning. De huwelijken tusschen christenen worden door den zendeling gesloten. Nu hebben zich gevallen voorgedaan, dat, bepaaldelijk bij erfenis, zulk een huwelijk, als niet voor den panghoeloe gesloten, niet als wettig erkend werd. Dit vereischt zeker voorziening.

9. De maatschappelijke positie van den inlander wordt niet zelden bemoeilijkt door zijn' overgang tot het Christendom.

Voor zoover ons bekend is, hebben HH. Ambtenaren in gevallen van onrecht den christenen van de zijde der hoofden aangedaan, hunne tusschenkoinst verleend, zoodra zij door den zendeling kennis daarvan ontvingen. Dit wordt zeer op prijs gesteld. Doch hoe vele gevallen moeten zich voordoen, waarin niet direct geklaagd kan worden!

10. Nog ontmoeten onze zendelingen doorgaans afwijzende beschikking, wanneer zij aanvrage doen om subsidie voor hunne scholen, en wel op grond, dat de Regeering die aan zendingscholen , ook al voldoen zij geheel aan de eischen, niet kan verleenen, waarbij dan wel gewezen werd op de consequentie, dat dan ook subsidie aan de mohammedaansche scholen zou moeten verleend worden.

Hier rijst de vraag of beide soorten van scholen tot