Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men langer onder het volk verkeeren, om tot de wetenschap te komen van wat wel bij hen 't meeste geldt voor invloed op hun leven. Voor zoover ik kon nagaan, was het ook hier de vereering van de zielen der afgestorvenen (nitu), die zij goed trachten te stemmen tot afwering van ziekten en ongevallen. Zij moeten dus dienst doen als beschermgeesten.

Jaarlijks, in de maanden Juli en Augustus of September, vereenigen eenige kampongs zich op te voren bepaalde plaatsen, en stapelen onder vervaarlijk geschreeuw en misbaar eene menigte steenen onder eenen grooten boon^ op eenen hoop, welke den naam krijgt van Hufalaina. Zij ' gelooven, dat de zielen der afgestorvenen zich daar ter plaatse zullen vereenigen, opdat zij hen zullen kunnen aanroepen.

lederen avond komen mannen, vrouwen en kinderen bijeen ten rondedans (kebalai), en maken onder geweldig geschreeuw een oorverdoovend misbaar (landu). Dit is alles nog slechts voorbereiding.

Twee dagen vóór het groote feest, dat offerfeest kan genoemd worden, strooit de priester (manasonggo) een bord- ongekookte rijst op de hufalaina, om de zielen der afgestorvenen (nitu) gunstig voor hen te stemmen.

Op den grooten dag van het offerfeest brengt men eenen plat gevlochten schotel of wan (niru) gevuld met rijst, vleesch (soms visch), kleedingstukken, gouden en zilveren versierselen, en plaatst die op de hufalaina. De priester, voor die gelegenheid gedost in een prachtige salendang, plaatst zich bij de hufalaina en houdt eene toespraak tot de zielen der afgestorvenen, hun dank zeggende voor de zegeningen in het afgeloopen jaar ontvangen, en tevens zegen afsmeekende voor het volgende.

Na de plechtigheid wordt het medegebrachte weder naar huis meegenomen.

med. n.z.g. xxxiii. 24