Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeld van twee oude vrouwen. Waartoe? Om het middel van de bruid is een koord gebonden, waarin negen knoopen, die nog bovendien met was zijn bestreken, om het losmaken te bemoeielijken. De bruidegom is verplicht die knoopen met duim en wijsvinger van de linkerhand los of open te maken. De oude vrouwen moeten toezien, dat daarbij geen bedrog worde gepleegd; en het koord stuk te trekken zou den vader der bruid het recht geven eene zware boete te eischen. Vdór de knoopen allen los zijn gemaakt, mag de bruidegom geen huwelijksgemeenschap hebben met fijne bruid Dat kan soms lang duren: men sprak mij van eene maand, ja van een jaar!

Als al de knoopen los zijn, verkrijgt de bruidegom zijne rechten als man, en vertoont hij het koord aan den vader der bruid, wien hij dan veelal een gouden of zilveren halssieraad (habas) ten geschenke geeft.

Wanneer de vrouw zwanger is en genaderd tot de zevende maand, dan brengt de man eene offerande, bestaande uit: een' rooden haan, een tros pisang, zeven sirih-vruchten, een bord ongekookte rijst, een kalapadop, en een rank van den toeakboom. Dat wordt geofferd aan den geest Tefamuli of Kekela-teik, om hem gunstig te stemmen en de vrouw eene voorspoedige bevalling te bezorgen.

Na de bevalling draagt de vader veel zorg voor het kind. De moeder zoogt het, in den regel twee jaren lang. Gedurende dien tijd mag de man geen huwelijksgemeenschap hebben met zijne vrouw, en daaruit laat zich licht de bigamie verklaren.

De jongens worden op hun 14 de of 15 de jaar besneden.

Bij ziekten worden door de priesters offeranden gebracht aan de geesten, die de ziekte veroorzaakt hebben. Dat offer bestaat in een karbou of geit, of schaap, of varken.