Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DAGBOEKEN, VERSLAGEN EN BRIEVEN UIT DE ZENDING.

Verslag aangaande mijne werkzaamheden en bevindingen in 1887 en 1888.

(door W. Hoezoo , te Samarang.)

Ofschoon ik aan de gewone werkzaamheden in de school en de gemeente menigmaal niet persoonlijk kon deelnemen, mag ik toch met dank aan God vermelden, dat door de goede diensten mijner medehelpers alle zaken haren geregelden gang bleven gaan. Als een bijzonder voorrecht mag ik het wel beschouwen, dat ik in de bijeenkomsten der gemeente alhier bijna onafgebroken mijne plaats als voorganger kon innemen.

De opkomst der gemeente bij onze godsdienstoefeningen was, om dezelfde redenen als in mijn jongste verslag vermeld, nog al afwisselend, wat het aantal hoorders betreft. Slechts zelden echter daalde dit getal tot beneden het gemiddelde van 30 a 40, terwijl meermalen ook een 50 & 60-tal tegenwoordig waren. Slechts bij feestelijke gelegenheden werd dit hoogste cijfer overschreden, hetzij door de opkomst van gemeenteleden, die zich overigens maar zelden vertoonen, of wel van Europeesche vrienden of belangstellenden, die op zulke dagen aan onze bijeenkomsten deelnemen. Schoon gaarne recht doende aan de verhinderingen, die sommigen beurtelings van de kerk terughouden, moet ik toch ook nu betreuren, dat er tragen zijn in het benaarstigen, die slechts met voorwendsels hun wegblijven trachten te verschoonen. En vooral als dezen gevonden worden onder degenen, die in de onmiddellijke nabijheid van ons bedehuis woonachtig zijn, moet

MED. n.z .G. XXXIII. 25