Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

herhaling van hetgeen ik des Zondags in het Javaansch had behandeld.

Eene u vroeger aangeboden statistiek gaf voor het zielental der Javaansche gemeente te Samarang, in het begin van 1887, het cijfer van 119, waaronder 83 volwassenen, namelijk 35 mannen en 48 vrouwen; terwijl het aantal Chineescbe christenen toen 29 bedroeg, namelijk 1 7 mannen en 12 vrouwen. In het begin van dit jaar (1889) was het totaal der Javaansche christenen 124, waaronder 95 volwassenen, namelijk 42 mannen, 53 vrouwen, en het totaal der Chineesche christeneu 30, waaronder als boven 29 volwassenen, namelijk 16 mannen en 13 vrouwen. De mutaties, waardoor laatstgenoemde cijfers verklaard worden, zijn de gewone, die ieder jaar voorkomen, en waarvan ik thans alleen wil vermelden, dat 5 jongens en 2 meisjes als kinderen gedoopt, in den loop van 1888, op belijdenis des geloofs tot leden der gemeente werden aangenomen, terwijl een zestal Javaansche vrouwen als nieuwelingen toetraden, en als zoodanig op belijdenis des geloofs den H. Doop ontvingen. Onder deze vrouwen was er wederom eene, die voor korten tijd met een christen-jongeling gehuwd, bij die gelegenheid de belofte had afgelegd, na ontvangen onderricht zich mede bij de gemeente te zullen aansluiten; voorts drie, die aan christenen vermaagschapt, door dezen met het Evangelie waren bekend gemaakt, en twee, die als huisbedienden hare meesteres menigmaal naar ons kerkje hadden vergezeld, en alzoo door woord en voorbeeld den weg des heils in Jezus Christus hadden leeren kennen.

Er ging aan de aanneming van de nieuwe leden, als gewoonlijk, weder een geruime tijd van voorbereiding vooraf. En dat niet alleen van hen, die reeds als kind gedoopt waren, maar ook van degenen, die eerst op later