Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Zending in Kediri en Madioen in 1888.

De wil des Heeren geschiede!

Hand. 21 : 14.

Het is een zonderling gevoel, dat mij overvalt, nu ik zoo verre van woning en werkkring, mij er toe ga zetten, een overzicht te geven van de Zending in Kediri en Madioen in 1888. Moeielijk zelfs valt het mij, mijne gedachten te verzamelen, en mij voor den geest te brengen wat er in deze zending meer of minder belangrijks gedurende het afgeloopen jaar voorviel. In hoe geheel andere toestanden bevind ik mij toch nu; en wat kostte het scheiden veel! Maar ik, en vooral ook mijne echtgenoot, die zooveel lief en leed trouwelijk met mij deelde, en aan wie ik zoowel als de zending zooveel dank verschuldigd ben, wij konden, wij mochten niet langer blijven. Het woord des geneesheers was beslissend: gij moet weg, wilt gij u zeiven, en vooral uwe vrouw niet geheel uitputten, en voor verder werken geheel ongeschikt maken. Het werd ons dag aan dag duidelijker, dat wij den reisstaf moesten opnemen, en berusten in hetgeen de Heer over ons besloten had. Nu dan, de Heer, die ons zoo lang had gesterkt, en op onzen post staande hield, gaf ons geloofskracht en geloofsmoed genoeg om den reisstaf op te nemen, en in goed vertrouwen te zeggen; #De wil des Heeren geschiede p"

De wil des Heeren geschiede! Wij hadden in den loop des jaars 1888 en ook het vorige, reeds overvloedige gelegenheid gehad, ons, bij zooveel onzekerheid omtrent