Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te herinneren, waar ik gedurende het verslagjaar zoo zwaren strijd te strijden had met ongunstige invloeden, die zelfs het leven der gemeente bedreigden. Men had daar bijv. bijna in het midden der desa, vlak tegenover de kerk, eene markt - pasar - gekregen, en ieder, die met Javaansche toestanden bekend is, weet wat dit voor eene desa inzonderheid voor eene christen-desa beteekent! Elders hoop ik dit onderwerp meer in bijzonderheden te behandelen en nader uiteen te zetten. Intusschen acht ik het een voorrecht, en een geluk voor Sambirötö, dat daar voor alsnog geen pasar zal komen. Want door een pasar zou deze desa geestelijk en zedelijk in zulk eene zware verzoeking geleid zijn geworden, dat de gemeente gevaar zou loopen geheel te gronde te gaan. En moet ik er voorzichtigheidshalve bij voegen: vooralsnog is het gevaar afgewend, daar wil ik niet vergeten, dat ook in deze zaak de wil des Heeren zal geschieden. Dan zullen wij verder vrede kunnen hebben met alles wat ons overkomen zal, mits wij maar wakker en getrouw op onzen post gevonden worden. En dit geldt ook voor de kinderschool en de kerk. Armoede, beter gezegd, geldgebrek nog meer dan het ontbreken van de eerste levensbehoeften, bracht in deze desa, ik wil zeggen over geheel midden- en Oost-Java, heel wat zorgen, en dientengevolge heel wat teleurstellingen in het zendingwerk te weeg. Gelukkig hebben wij nevens minder goede of zelfs slechte elementen in deze gemeente, ook personen op welke wij rekenen kunnen, en die ons ook altijd trouw ter zijde stonden. Maar met het oog op het geheel der toestanden ben ik toch niet geheel zonder zorg voor de toekomst, wijl wij ons nu niet enkel tegenover personen geplaatst zien, maar ook tegenover maatschappelijke stroomingen en allerlei zorgen van stoffelijken aard, waartegen wij ons machteloos gevoelen.