Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

desa-Javanen van den Oost-hoek te Soerabaja door Ds. A. W. Meijer — want een zendeling was er nog niet voor Oost-Java - in de Protestantsche kerk gedoopt. Eerst in 1848 vestigde zich de zendeling Jellesma te Soerabaja, om in 1851 naar Mödjö-warnö te verhuizen, waar hij reeds den 8sten December 1848 bij gelegenheid van een bezoek, voor de eerste maal den Doop aan 56 zielen mocht toedienen. Weldra was hij ook in Kediri, en kon daar den 3den Maart 1849 voor de eerste maal in eene Kediri'sche desa den Doop aan 21 zielen bedienen. Het was het oude Dogoggan van waar de christenen zich weldra naar het zuidelijk van daar gelegen bosch begaven om de grondslagen te leggen van het latere Maron.

De zoo even genoemde datums zijn gedenkdagen voor de zending op Oost-Java.

Én in het zuiden, èn in het noorden, èn in het westen der residentie Kediri - eerst later in het oosten - werd het Evangelie met jeugdigen ijver door velen verkondigd. Hier en daar ontstonden zelfs kleine gemeenten. Daar werd destijds ijver, bezieling, behoefte aan evangelisatie onder die weinige inlaudsche christenen gevonden, al was het ook voor hen, evenals zulks bij het begin van iedere vestiging des Christendoms gezien wordt, meermalen als een roeien tegen den stroom. En zoo ontstond ook de doekoehan Wönö-Hasri door de vestiging van een zevental christen-gezinnen. Van jaar tot jaar nam het getal toe, doch ook dat van mohammedaansche landgenooten, die mede opgenomen werden, waardoor die desa eene gemengde bevolking heeft gekregen, waarvan het zielental ongeveer als 2 christenen tot 1 mohammedaan staat. Op ééne uitzondering na is dit zoo met alle christendesa's het geval geworden. Onze verschillende jaarverslagen kunnen over al het zooeven gezegde den belangstellenden lezer der //Mededeelingen" nader inlichten.