Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwe kerk. Er werden samensprekingen gehouden over den bouw daarvan, en de zendeling deed daaraan meê. Men ging aan het rekenen. In de kerkekas was niet veel geld. Op buitengewone bijdragen van de gemeenteleden kon niet veel gerekend worden. Langsamerhand begon men zich reeds aan het denkbeeld te gewennen , dat er wel weer een gebouw van bamboe en bout met pannen bedekking zou verrijzen.

Zóó was de stand der zaken, toen in 1886 de zendeling de eerste ƒ100.— kreeg al9 eene bijdrage voor den bouw eener nieuwe kerk. Hij kwam door allerlei redenen gedrongen over het bezwaar heen om voor dit doel te bedelen bij Europeanen, en schreef ook een' smeekbrief naar Nederland.

Middelerwijl werden er plans en berekeningen door een' Europeeschen deskundigen vriend gemaakt. De zendeling zette zich te midden zijner de9avrienden neêr, liet hun de teekeningen zien, toonde aan wat dit en dat zoo al zou kosten, en kwam ten slotte tot de vraag: wat zij zouden kunnen bijdragen ? Het resultaat was, dat zij zouden zorgen voor plm. 45000 steenen, alle benoodigd zand, bamboe, en koelidiensten, den inhoud der kerkekas, en na den oogst nog eene bijdrage in geld naar ieders vermogen. Wij waren tevreden met deze offervaardigheid. Maar - onze Europeesche deskundige rekende mij zeer duidelijk voor, dat ik alzoo toch nog plm. ƒ 1500.— te kort kwam om het aangenomen plan te verwezenlijken.

Zoo werd het medio 1887. Wij waren nog niet veel verder gekomen, dan dat de beloofde steenen gebakken werden. Toen ontvingen wij berichten uit Holland, die moed gaven. En hoewel in December nog lang niet de verzekering was ontvangen, dat de noodige gelden

27»