Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen niet allen in de gemeenten als predikant een plaat9 krijgen. De zending moet daarop acht slaan. Zij moet vragen, of zij deze voor de vaderlandsche gemeenten overtollige krachten niet gebruiken kan.

Uit welke kringen kwamen tot hiertoe de zendelingen voort? De Christelijke Kerk in de Middeleeuwen kreeg haar zendelingen uit de kloosters en uit de geestelijken, gelijk dat nog heden in de Roomsche kerk het geval is. De zendelingen, die later uit Nederland en andere koloniale Protestantsche landen uitgingen, waren meestal theologen, predikanten, die zich, of uitsluitend, of bij hun overige werk de nooden der heidenen aantrokken. Zinzendorf was de eerste, die van dien regel afweek, en niettheologen uitzond. Op zijn voetspoor ontstonden er later hier en daar kweekscholen, waar jonge mannen niet tot theologen maar tot goede christenen werden gevormd, om met hun gaven en krachten voor de Heidenwereld uittegaan.

Tegenwoordig stelt uien zich algemeen op het standpunt, dat men geschikte personen, die zich voor het zendingwerk aanbieden, niet moet weren, al zijn zij geen theologen. Bepaalde theologen komen zich in den regel niet aanmelden.

Dit is zeker, dat er een onderscheid moet blijven tusschen de theologische opleiding aan een universiteit en de opleiding in een zendinghuis. Halve wetenschap dreigt op elk gebied schade te doen aan het hart en het leven. Ofschoon het in den regel gewenscht is, dat den zendeling een zekere mate van theologische opleiding niet ontbreke, zijn er toch tegenwoordig een groot aantal vrome mannen , die voor de zending veel en goed werken, ofschoon zij geen theologische opleiding genoten. Doch wat aan dezen ontbreekt, kan dan juist door anderen uitnemend worden aangevuld, als de zending de krachten