Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weet te gebruiken, die op dit oogenblik de overvloed van theologen haar aanbiedt.

Zeker, er zijn hier tegen bedenkingen te maken. Men kan wijzen op de gezondheid, op het feit dat de zendingarbeid veel sterker gestellen vordert dan de inlandsche pastorale werkzaamheid. Men kan herinneren, dat de theologische atmospheer aan menige universiteit zoo bedorven is, dat de vraag rijst, of daar geschikte zendelingen kunnen worden gevormd. Men kan vragen of het goed is, dat jonge mannen faute de mieux, omdat zij in 't vaderland geen predikantsplaats kunnen krijgen, nu zendeling worden; of dit niet schade dreigt te doen aan het ideaal, dat men voor oogen moet houden van den waren zendeling. Ook spreker acht die bezwaren niet licht. Niet elk theoloog kan of mag natuurlijk zendeling worden. Met den gezondheidstoestand moet rekening worden gehouden. Aan de Academiën zijn, Goddank, nog tal van jongelui, die vroom en goed blijven. En als zij dat werkelijk zijn, zou dan niet de zending hen aantrekken, waardoor zij licht in uitgebreider kring voor het Godsrijk ten zegen kunnen zijn, dan als zij misschien hun leven lang op een klein dorp blijven ?

Een goed gevormd theoloog zal nog slechts een korten tijd in een zendinghuis behoeven door te brengen, om bekend te worden met taal, zeden, gewoonten, eischen van het volk waar hij als zendeling heengaat.

Zullen misschien die theologen slechts voor korten tijd naar het zendingveld uitgaan, om zoo spoedig als zij daartoe kans zien, in 't vaderland weer een plaats als predikant te gaan bekleeden? Spreker vreest dat gevaar niet. flij vertrouwt, dat als zij werkelijk eenmaal in het zendingwerk arbeiden, zij zich welhaast zóó met hart en ziel aan hun gemeente zullen hechten, dat zij niet dan