Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de oud-zendeling Hesse op, terwijl ik in plaats van mijn medeafgevaardigde over het derde thema sprak. Ik mag u niet langer bezig houden door ook van de toespraken een overzicht te geven. Genoeg, dat, ofschoon niet alle sprekers zich aan den termijn van een kwartier hielden, en het samenzijn daardoor meer dan twee uren duurde, de verschillende sprekers met voortdurende belangstelling werden aangehoord.

En nu ten slotte nog een oogenblik naar het Bürgerpark. Daar werd des Vrijdag middags ten 4 ure onze conferentie besloten met een feestmaaltijd, door de Bremer zendingvrienden aan hun gasten aangeboden. In de met vlaggen en guirlandes fraai getooide bovenzaal waren, naar ik gis, een 150 tal heerenen dames bijeen. Hartelijk was er de toon, geestig menige heildronk. Van warme belangstelling in de zaak der zending getuigde heel dit samenzijn van predikanten en gemeenteleden, Jammer was het, dat te half zeven, even nadat de maaltijd was afgeloopen, een zwaar onweer opkwam, dat de gasten uit elkander dreef, en velen druipnat thuis deed komen. Maar ofschoon deze finale zeer ongewenscht was, ja een groote teleurstelling tegenover het genoegen, dat wij ons van een prachtigen zomeravond in het schoone Park hadden voorgesteld, toch heeft ook ditmaal het geheel van deze zending-conferentie gewis niet anders dan aangename indrukken nagelaten bij allen, die er aan deelnamen. En de gasten uit den vreemde zijn zeker allen, evenals wij, van hun vriendelijke gastheeren en gastvrouwen gescheiden met den hartelijken wensch om elkaar, tot vernieuwing van vriendschapsbanden, maar ook en vooral tot opwekking van hun zendingijver, over drie jaar te Breraen te mogen wederzien.

A. DROST DZ.