Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

legd werd. Tot wien toch zou hij zich wenden bij eene geheel willekeurig opgelegde boete of onverdiende straf ? Er was immers niemand, die een luisterend oor leende aan zijne klachten. En wee dengene, die bet waagde zijne ergernis te laten blijken, zijn door geleden onrecht verkropt gemoed te luchten ; hem wachtten nog heel wat ergere dingen.

In dit uitbuiten van den gewonen Mongondower werd de radja getrouw gevolgd door de andere hoofden. Ja, ieder, die maar eenigszins aanspraak kon maken op den een of anderen titel, of verwant was met wat men hier „van adel" gelieft te noemen, achtte het ver beneden zich door eerlijken handenarbeid in zijn onderhoud te voorzien, en leefde derhalve op kosten der mindere luitjes. Hetgeen niet goedschiks werd gegeven, wisten zij zich wel met geweld toe te eigenen. Veiligheid van personen en eigendom was in die dagen dan ook ver te zoeken, en meer dan eens moesten de bewoners van het dorpje Po'po' — Minahassische uitgewekenen — 't aanzien dat door deze van den roof levende Mongondowers, hun i'ijpe padi werd geoogst, hun vruchtboomeii werden kaal geplukt, hun paarden meegenomen.

En van de pressie, uitgeoefend door de hoofden om het volk en vooral de Minahassische uitgewekenen Mohammadaan te maken, zal ik maar zwijgen. In Med. XI pag. 278 v.v. is hierover reeds liet een en ander meegedeeld. Tot op den huidigen dag is het nog geenszins vergeten, hoe sommigen in 't blok werden gesloten — een vreeselijke pijniging — alleen omdat ze weigerden Mohammadaan te worden.

Als men bedenkt, dat vele dezer wandaden door den radja en zijne mantëri's werden gepleegd in naam der ,,Compania", dan is 't zeker niet te verwonderen, dat de voorstelling, welke de kleine man zich van deze liem