Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wone Mongondowers op een goeden voet zien te komen. Hiertoe bezocht ik zooveel mogelijk de dorpen op de hoogvlakte' en trachtte met de luitjes in aanraking te komen. Van veel dienst waren me daarbij de* door het Gouvernement verstrekte medicijnen. Deze toch werden heel gaarne ontvangen en derhalve duurde het veelal niet lang, als ik met eene volgepakte trommel een dorp binnentrok, of ik had een troepje Mongondowers om m© heen. Op deze manier maakte "ik met een massa lui kennis en kwam in vele huizen, waar ik anders wellicht nooit gekomen zou zijn. Verschillende keeren kwamen er van deze Mongondowers naderhand naar Po'po' om meer te vragen. Ook kwamen zij mijne hulp wel inroepen bij ernstige verwondingen of zij brachten de (n) patiënt mee naar ons huis. Vooral geschiedde dit door de Minahassische uitgewekenen van 't dorp Po'po'. Er waren er wel die vreemd opkeken als ik in sommige gevallen met mijn naaiinstrumentjes voor den dag kwam, doch later gingen zij deze behandeling zelf aanprijzen bij anderen èn vertoonden hun mooi genezen wonden bij wijze van : wees maar niet banjj voor die naald. Tot mijne verwondering — een Inlander is zoo bang voor instrumenten — kwam ook het trekken van kiezen meermalen voor. Het meest hadden we echter wonden malariapatienten te behandelen. Bijna dagelijks kwamen dezen zich aanmelden. Maar hoewel velen gaarne onze medicijnen ontvangen, vindt menigeen het in geval van ziekte toch nog 't veiligst zich tot de priesteres (walian) te wenden om de weggegane zielestof terug te krijgen. Ook worden er gevonden, die denken: men kan het eene doen en het andere niet nalaten, en dus zoowel de priesteres als ons laten komen. Zoo dacht stellig ook een oude blinde walian, die een tijd lang iederen dag bij ons kwam om haar kleinzoont je te laten