Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

Ressort Sibolangit.

Het jaar 1906.

door J. H. NEUMAXN.

Het jaar loopt ten einde. Hie snel is liet omgevlogen en wal is er geschied in deze korte spanne tijds? Oppervlakkig vrij veel; liet werk ging zijn gewonen gang zonder belangrijke stoornissen; het aantal gedoopten was (voor ons werk hier) buitengewoon groot (77 tegen -iö in 1905) en weer eenige nieuwe filialen konden wij vestigen. Maar men hoede zich voor te vroeg gejuich; de toegetredenen waren reeds vroeger onze vrienden, al beslaat ons werk thans weer een grootere oppervlakte en al zijn er nog velen die op den Doop wachten. Van belang was ook de stichting van eene school te Deli Toewa. Dit dorp is de laatste Batak-kampong; wat verder naar ,,beneden" ligt is Mohamniadaansch. Reeds jaren geleden, toen ik deze kampong bezocht, sprak de përgoeloe er over daar eene school te plaatsen. Toen beloofde ik hem niets; onze kracht in de Boven-Doesoen was nog te klein dan dat wij ons verder naar „beneden" konden wagen. In dit jaar bracht de Controleur voor de Batakzaken mij tweemaal een verzoek van den pëngoeloe over om eene school te mogen hebben. De tweede maal legde de Controleur $ 100 nevens zijn verzoek, daar hij zelf gaarne de tot standkoming zag. Toen meende ik niet langer te mogen weigeren, en binnen korten tijd was er eene eenvoudige school en een goeroehuisje opgericht. Met dit filiaal zijn wij tot de grenzen van de Mohammadaansche streken genaderd. Verder kwam de school te Roeniah Kinankoeng gereed en het goeroehuis te Roemah Gerat. Ook verzocht mij de