Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duidelijker geworden. (Jok vond ik soms verrassende antwoorden op vragen van kieschen aard, die ik zelfs den voorganger niet had willen voorleggen. Yerder maakte ik tal van opmerkingen, aangaande de zendingspraktijk in vroegere jaren, aangaande de naamgeving, de spelling etc., die echter in een verslag als dit minder op hun plaats zijn. Alleen kan ik niet nalaten mijne bewondering uit te spreken over den arbeid van Jellesma. Als men de kaart van Oost-Java voor zich neemt, en men bedenkt dan, dat nagenoeg alle afstanden in die dagen te paard moesten worden afgelegd, dan staat men verbaasd over zulk eene volharding, zulk een trouw in de prediking van het Evangelie ! Het doopboek is daarvan een objectief getuige!

In het verslagjaar werd ons personeel gelukkig gespaard. Ook de voorganger te Bongsa-rëdja mocht zich verheugen in een betrekkei ij k goede gezondheid. Om hem zooveel mogelijk te verlichten, werd hij, op geneeskundig advies, ontheven van zijn© betrekking als onderwijzer. En de gemeente kon gelukkig reeds dadelijk in de grootere uitgave aan tractement voorzien, buiten bezwaar van 's Genootschaps kas. Geve God, dat wij onzen voorganger nog eenige jaren mogen behouden !

Tot onze groote vreugde kwamen 19 November Br. Crommelin en zijne vrouw tot ons, feestelijk door de gemeente ingehaald. Op nieuw vermeerdering van arbeiders! God ziet wel in genade op ons neder! Wij willen ons dan ook op nieuw omgorden, — de lampen brandende, — om met vereende krachten te arbeiden in des Iieeren dienst, van Hem ons heil verwachtende!

Madja-warna, 31 Januari 1907.