Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de groote kerkeraadsvergadering de lajang pranata nogmaals werd nagegaan en vastgesteld.

Het behoeft liier niet nader aangedxiid te worden, dat onze arbeid in deze belangrijk verlicht werd, door hetgeen reeds te Madja-warna werd tot stand gebracht.

Het j aar 1906 was voor de genieenten ook een goed jaar te noemen. Zij bleven gespaard voor beroeringen, zooals die maar al te vaak in de voorafgaande jaren hadden plaats gehad. Het zielental nam toe met 02 personen, 801 in 1905 tegen 853 in 1906, hoewel verscheidene Christenen verhuisden naar Toendjoengrëdja.

Nam de gemeente ook toe in geestelijk leven?

Er zijn teekenen, die ons verblijden. Tan meer opgewekt geestelijk leven mochten de verslagen der voorgangers gewag maken, vooral dat van den voorganger van Soerabaja. In verschillende gemeenten nam de gemiddelde opkomst in den Zondagmorgendienst toe, en steeg het aantal avondmaalgangers van 268 in 1905 tot 304 in 1906. Over het geheel werden de catechisatiën goed bezocht en werd er al verzuimd, zoo was dit meestal om geldige redenen. De resultaten waren over het geheel bevredigend. Natuurlijk kan men niet aan alle gemeenten denzelfden maatstaf aanleggen, wat grootendeels te wijten is aan den voorganger. Zoo bijv. kan men te Soeka-ramé en Randoerëdja niet dezelfde resultaten verwachten, als te Soerabaja, te Mlatèn en Sëgaran. Aangaande de voorgangers van eerstgenoemde gemeenten kan hetzelfde gezegd worden, wat reeds herhaaldelijk werd betuigd: er gaat geen kracht van hen uit.

De voorganger te Wijoeng, kyaï Soleiman vroeg wegens lichaamsgebreken zijn ontslag, dat hem in den loop van het verslagjaar verleend werd. In zijne plaats stelde